De Europese afgevaardigden vormen politieke fracties, meestal gevormd rond Europese politieke partijen. Het CDA werkt bijvoorbeeld samen met andere partijen binnen de Europese Volkspartij (EVP). Opgericht op 23 juni 1953 als de "Christen-democratische fractie" in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, heeft de EVP-ED-Fractie altijd een leidinggevende rol gespeeld in de opbouw van Europa.
Onmiddellijk na de eerste rechtstreekse verkiezing van het Europees Parlement in juli 1979 wijzigde de EVP-ED-Fractie haar naam in de "Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democratische fractie). In juli 1999 werd dit "Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten". De EVP-fractie is de grootste fractie in het Europees Parlement.
De twintig parlementaire commissies, vergelijkbaar met vaste commissies van de Tweede Kamer, vergaderen in Brussel. Zij zijn verantwoordelijk voor de voorbereiding van een wetgevingsbesluit in het Europees Parlement. De politieke fracties vergaderen ook grotendeels in Brussel. De plenaire zittingen worden maandelijks gedurende één week in Straatsburg gehouden. Op dat moment wordt er over nieuwe wetgeving gestemd. Daarnaast vinden in Brussel een aantal zogenaamde mini-zittingen plaats die dezelfde functie hebben.
De taken en bevoegdheden van het Parlement beslaan de volgende gebieden:
Ten eerste is het Parlement actief betrokken bij de totstandkoming van Europese wetgeving, door zich uit te spreken over de door de Europese Commissie ingediende wetsvoorstellen. Afhankelijk van het beleidsterrein geeft het Parlement advies of treedt het samen met de Raad van de Europese Unie op als medewetgever. Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam in 1998 werd het medebeslissingsrecht van het Europees Parlement uitgebreid naar beleidsterreinen als sociaal beleid, vervoer, milieu, ontwikkelingssamenwerking en volksgezondheid. Op dit moment is het overgrote deel van de Europese wetgeving resultaat van de samenwerking tussen het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.
Ten tweede keurt het Parlement EU-begrotingen goed, tenzij het besluit deze in totaliteit te verwerpen. Hiermee controleert het parlement de besteding van een aanzienlijk deel van het Europese geld (de landbouwuitgaven vallen er buiten). Ter vergelijking: de begroting van de EU bedroeg in 2003 100 miljard euro, de Nederlandse begroting voor hetzelfde jaar was ongeveer 135 miljard euro.
Ten derde vraagt het Parlement regelmatig aan de Europese Commissie om bestaand beleid uit te werken of dringt aan op de ontwikkeling van nieuw beleid en wetgeving. Dit gebeurt bijvoorbeeld in de vorm van tijdelijke commissies als diegene die nu is ingesteld voor veiligheid op zee. Hier wordt bestudeerd hoe rampen als die met de olietanker Prestige in de toekomst voorkomen kunnen worden.
Ten vierde kan het Parlement met een tweederde meerderheid de Europese Commissie naar huis sturen door middel van een motie van afkeuring. Het ontslag van de Commissie-Santer in maart 1999 heeft aangetoond dat het Parlement deze macht ook effectief wil uitoefenen.